Je ontdekt in deze les hoe je effectief samenwerkt binnen een team. Je leert welke rollen er bestaan, hoe je afspraken maakt en hoe je verantwoordelijkheid neemt in een team. Je gaat actief aan de slag met opdrachten binnen en buiten de school. Door samen te werken aan challenges in Rotterdam ervaar je hoe communicatie, vertrouwen en taakverdeling invloed hebben op het eindresultaat. Alles wat je leert sluit direct aan op het project en op hoe je later in het creatieve werkveld samenwerkt.
Na deze les kun je:
Uitleggen welke teamrollen er zijn en welke rol bij jou past.
Samenwerken binnen een team door duidelijke afspraken te maken.
Effectief communiceren tijdens groepsopdrachten.
Verantwoordelijkheid nemen voor jouw rol binnen een team.
Reflecteren op jouw bijdrage aan een groepsproces.
Samenwerken toepassen in een realistische opdracht buiten de schoolomgeving.
Je werkt in teams van 4-6 studenten. Je voert verschillende samenwerkingsopdrachten uit, zowel op school als in de stad. Je gebruikt je eigen team rol om bij te dragen aan het
groepsresultaat. De opdrachten zijn actief, afwisselend en sluiten aan bij hoe je in de creatieve sector samenwerkt.
In een creatieve studio werk je bijna nooit alleen. Je werkt samen met ontwerpers, opdrachtgevers, fotografen, developers, producenten en andere makers. Goed samenwerken betekent niet dat iedereen hetzelfde doet. Juist niet: een goed team gebruikt de verschillende kwaliteiten van de mensen in het team.
Vandaag ga je samenwerken in verschillende korte challenges. Je krijgt te maken met rollen verdelen, afspraken maken, communiceren, problemen oplossen en omgaan met verschillen binnen een team.
Tijdens de opdrachten wissel je van rol. Zo ontdek je welke rollen bij je passen en welke juist lastiger voor je zijn.
Aan het einde van deze les kun je:
verschillende rollen binnen een team herkennen
afspraken maken voordat je aan een opdracht begint
verbaal én non-verbaal samenwerken
samen reageren op lastige situaties of conflicten
benoemen wat binnen jullie samenwerking goed ging en wat beter kon
Teamrollen
Bij iedere challenge heeft iedereen een rol. Je houdt dus niet de hele les dezelfde rol. Na een opdracht wisselen jullie, zodat je verschillende manieren van samenwerken kunt ervaren.
Leader
Houdt het doel in de gaten en helpt het team keuzes te maken. De Leader hoeft niet alles te bepalen, maar zorgt ervoor dat het team vooruitkomt.
Planner
Bedenkt samen met het team de aanpak. Wat doen we eerst? Wat daarna? Hoeveel tijd hebben we?
Creator
Zet ideeën om in iets concreets. Bouwt, maakt, tekent of voert uit.
Checker
Controleert tussendoor of het team nog op de goede weg zit en of het resultaat aan de opdracht voldoet.
Connector
Let op de samenwerking. Wordt iedereen gehoord? Weet iedereen wat hij of zij moet doen? Zijn er misverstanden?
Reporter
Legt het proces vast en zorgt dat zichtbaar wordt wat het team heeft gedaan. Denk aan foto's en een korte beschrijving voor de Express Page.
Belangrijk: een rol betekent niet dat alleen die persoon iets mag doen. Iedereen werkt mee. Je rol bepaalt vooral waar jij extra op let.
Tijdens de les zorgt de Reporter ervoor dat de opdrachten goed worden vastgelegd. Maak bij iedere opdracht een paar duidelijke foto’s van het proces en/of het eindresultaat. Zorg dat aan het einde van de les genoeg beeldmateriaal beschikbaar is voor het hele team.
Aan het einde van de les vult iedereen zijn eigen Express Page aan met een selectie van de foto’s en een korte terugblik op de samenwerking.
Vorm een team en verdeel de zes teamrollen. Bespreek eerst kort wat iedere rol inhoudt.
Kies niet automatisch de rol waar je het beste in bent. Je mag juist een rol proberen die je normaal niet snel zou kiezen.
Bespreek daarna kort:
Waarom heb je deze rol gekozen?
Wat denk je dat makkelijk wordt?
Wat lijkt je lastig?
Wat verwacht je van de andere rollen?
Na iedere volgende challenge wisselen jullie van rol.
Jullie krijgen karton, tape en touw. De uitdaging:
Bouw samen een brug die zelfstandig staat en minimaal één volle waterfles kan dragen.
Maar begin niet meteen met bouwen.
Neem eerst ongeveer vijf minuten om jullie aanpak te bespreken.
Maak in ieder geval afspraken over:
Wat voor brug willen jullie bouwen?
Wie doet wat?
Hoe gaan jullie het materiaal verdelen?
Hoeveel tijd besteden jullie aan bedenken, bouwen en testen?
Wie houdt de tijd in de gaten?
Wanneer gaan jullie de brug voor het eerst testen?
Wat doen jullie als jullie het niet met elkaar eens zijn?
De Planner helpt om hiervan een kort plan te maken.
Stap 2 – Bouw de brug
Jullie gaan als team een brug bouwen van karton, tape en touw. De brug moet sterk genoeg zijn om een volle fles water van 0,5 liter minimaal 10 seconden te dragen.
De regels
De brug heeft een vrije overspanning van minimaal 40 cm.
Het brugdek bevindt zich minimaal 10 cm boven de tafel.
Het brugdek is minimaal 10 cm breed.
De brug mag alleen aan de twee uiteinden op de tafel steunen. Onder het midden mag niets staan.
Jullie krijgen per team 1 vel karton, maximaal 2 meter tape en 1 meter touw.
Je mag de brug niet aan de tafel vastplakken.
Je mag niet simpelweg meerdere platte lagen karton op elkaar plakken om een dikke balk te maken.
Je mag het karton wél vouwen, rollen, knikken of verwerken tot liggers, ribben of andere constructies.
De brug moet uiteindelijk een volle fles water 10 seconden kunnen dragen.
Eerst overleggen, dan bouwen
Bespreek voordat jullie beginnen:
Hoe wordt de brug opgebouwd? Wie doet wat? Hoe verdelen jullie het materiaal? Wanneer testen jullie de constructie? En wat doen jullie als jullie het niet eens zijn?
Test jullie brug en verbeter hem als dat nodig is. Let op: het materiaal dat je gebruikt om te testen krijg je niet opnieuw. Ga dus slim om met jullie karton, tape en touw.
Staat de brug?
Ga dan naar de docent voor de eindtest
Kunnen jullie als team samenwerken zonder één woord te zeggen?
Jullie gaan proberen om met vijf personen een geheime opstelling zo precies mogelijk na te maken. Alleen de Checker weet hoe die opstelling eruitziet.
Zo werkt het
Kies één Checker. De andere vijf studenten vormen straks de opstelling.
De Checker gaat naar de docent en krijgt daar 20 seconden een afbeelding te zien.
Onthoud zo goed mogelijk:
waar iedereen staat, zit of ligt
welke kant iedereen op kijkt;
hoe armen en benen staan;
waar de personen zich ten opzichte van elkaar bevinden.
Daarna gaat de Checker terug naar het team en gaat op de aangewezen vaste plek staan. De docent start de timer. Jullie hebben maximaal 4 minuten.
De Checker mag:
personen aanwijzen
naar een plek wijzen
met handgebaren aangeven: links, rechts, vooruit of achteruit
met duim omhoog of omlaag aangeven of iets goed of fout is
De Checker mag niet:
praten of geluiden gebruiken;
de houding zelf voordoen;
de vaste plek verlaten;
iemand aanraken of verplaatsen;
schrijven, tekenen of typen;
voorwerpen gebruiken om iets uit te beelden.
De andere teamleden mogen ook niet praten.
Klaar?
Denkt de Checker dat de opstelling klopt? Steek dan je hand op. De docent controleert de opstelling.
Klopt hij? Dan wordt jullie tijd genoteerd. Blijf in de juiste positie staan totdat de ronde voorbij is.
Na iedere ronde wordt iemand anders Checker en krijgen jullie een nieuwe geheime opstelling.
Welk team weet de vormen het snelst én het nauwkeurigst na te maken?
Samenwerken gaat niet altijd soepel. Soms doet iemand weinig, willen meerdere mensen bepalen wat er gebeurt of werkt iedereen op een ander tempo.
Dat betekent niet meteen dat een team niet werkt. Goed samenwerken betekent ook dat je problemen bespreekbaar kunt maken.
De opdracht
Jullie bespreken drie situaties. Voor iedere situatie hebben jullie 7 minuten. Lees de situatie en bespreek samen de vragen. Als de tijd voorbij is, gaan jullie door naar de volgende situatie.
Situatie 1 Wie bepaalt wat er gebeurt?
Twee mensen in het team hebben allebei duidelijke ideeën over hoe de opdracht moet worden aangepakt. Ze proberen de rest steeds van hun eigen idee te overtuigen en reageren vooral op elkaar. Andere teamleden zeggen steeds minder en uiteindelijk worden de meeste beslissingen door deze twee genomen. De sfeer begint wat geïrriteerd te worden en het team komt niet echt verder.
Situatie 2 Iemand doet bijna niets
Jullie zijn al een tijdje bezig met een gezamenlijke opdracht. Eén teamlid doet weinig uit zichzelf. Wanneer iemand een taak geeft, gebeurt er soms wel iets, maar meestal zijn de andere teamleden het werk aan het verdelen en uitvoeren. Een paar teamleden beginnen zich eraan te ergeren. Eén iemand stelt voor om het werk dan maar zonder deze persoon af te maken.
Situatie 3 Te snel voor de rest
Eén teamlid werkt erg snel en neemt veel initiatief. Dat lijkt eerst handig: er worden snel keuzes gemaakt en er gebeurt veel. Maar deze persoon begint ook dingen uit te werken voordat de rest heeft kunnen reageren en verandert soms onderdelen zonder overleg. Een paar teamleden hebben daardoor het gevoel dat hun ideeën er niet echt toe doen. De snelle student vindt juist dat de anderen te lang over alles nadenken.
Bespreek bij iedere situatie
Wat is hier eigenlijk het probleem?
Hoe zouden de verschillende teamleden zich kunnen voelen?
Wat zou een slechte reactie zijn?
Hoe kun je het probleem bespreekbaar maken zonder iemand aan te vallen?
Welke concrete afspraak zou het team kunnen maken?
Probeer aan het einde van iedere ronde samen tot één goede aanpak te komen.
De Reporter noteert kort jullie belangrijkste oplossing.
Er gaat een verhaal rond over Johannes, een oud-student die nooit van school is gegaan. Zijn eindwerk raakte verloren en sindsdien zou hij nog altijd door het gebouw dwalen, op zoek naar wat ontbreekt…
Jullie gaan als team een serie opdrachten oplossen. Iedere opdracht levert een cijfer op. Samen vormen deze cijfers de code waarmee jullie de escaperoom kunnen voltooien.
Goed samenwerken is belangrijk: verdeel de taken, deel informatie, luister naar elkaar en controleer jullie antwoorden.
Pak het opdrachtenblad erbij en start met opdracht 1.
Lukt het jullie om de juiste code te vinden?
Kies een paar foto's die laten zien wat jullie tijdens de les hebben gedaan en beantwoord kort:
Welke rol(len) heb je tijdens de opdrachten gehad?
Welke rol paste het beste bij jou en waarom?
Wat ging goed in de samenwerking binnen jullie team?
Wat zou jij bij een volgende samenwerking anders doen?
Je voert vijf korte opdrachten uit op verschillende plekken in Rotterdam. Elke opdracht leg je vast met foto of video. De eindopdracht wordt verwerkt in op de Express Page.
City Quest – 5 Missies
Markthal – Communicatie:
Maak een 15 sec video over goede communicatie + gebruik interviewvragen.
Coolsingel – Rollen
Maak een teamfoto waarin alle teamrollen zichtbaar zijn.
Witte de Withstraat – Creativiteit
Zoek drie objecten die samen een creatief concept vormen (met voorbeelden).
Museumpark – Vertrouwen
Blinddoek-challenge met duidelijke aanwijzingen, veiligheid en rolverdeling.
Erasmusbrug – Deadlinedruk
Maak binnen vijf minuten een mini-poster over samenwerken.
Maak een 15-sec video over goede communicatie. Gebruik interviewvragen om voorbijgangers of elkaar te spreken:
Voorbeelden van interviewvragen:
• Wat betekent goede communicatie voor jou?
• Wanneer werkt communicatie in een team goed?
• Wat is jouw grootste communicatie-tip?
• Hoe merk je dat communicatie misgaat?
• Welke rol speelt luisteren in samenwerken?
Maak een teamfoto waarin alle rollen zichtbaar zijn. Gebruik attributen, poses of situaties om de rol te laten zien.
Voorbeelden:
• Leader wijst de richting aan
• Planner houdt een notitieblok of telefoon met planning
• Creator toont een schets, camera of prototype
• Checker checkt iets met een checklist
• Connector staat tussen mensen in of maakt een ‘brug’
• Reporter maakt een foto of noteert iets
Zoek drie objecten die samen een creatief concept vormen. Het gaat om associëren, combineren en verrassen.
Voorbeelden van creatieve combinaties:
Een poster, een plant en een koffiebeker → concept: “Urban Nature Break”
Een schoen, een straatsticker en een boek → concept: “Steps of Stories”
Een fietsbel, een kleurige muur, een kaartje → concept: “Find Your Route”
Tip: Laat de Reporter het concept kort uitleggen in een video.
Maak met de groep een korte route van ongeveer 10–15 meter met 3 obstakels. één student krijgt een blinddoek, deze student moet even wachten en mag niet kijken, terwijl de groep een route maakt.
Voorbeeldopstelling
• Obstakel 1: een bocht om een boom heen
• Obstakel 2: een stap over een lage stoeptegel of lijn op de grond
• Obstakel 3: een korte slalom tussen twee bankjes
Hoe de challenge verloopt
1. De blinddoekstudent staat aan het begin van de route.
2. De aanwijzer staat naast of achter de blinddoekstudent en geeft duidelijke, korte instructies, zoals:
“Stap iets naar links.”
“Stop.”
“Draai een halve slag naar rechts.”
“Nu drie kleine stappen vooruit.”
3. De rest van het team loopt mee op afstand en bewaakt de veiligheid. Ze mogen alleen ingrijpen als het mis dreigt te gaan.
Maak binnen vijf minuten een mini-poster over samenwerken. Gebruik:
• één korte slogan
• één beeld
• één kleuraccent
Voorbeeld slogans:
“Samen werkt.”
“Team > Talent.”
“Iedere rol telt.”
Jullie eindproduct wordt gepresenteerd op de plaats je op de express page. Dit eindproduct bevat:
jullie beste foto
jullie video
jullie creatieve concept
jullie mini-poster
een korte eindreflectie:
Je bespreekt als team:
Wat ging goed?
Wat ging minder goed?
Hoe gebruikten we onze rollen?
Wat nemen we mee naar Studio?