In week twee leer je over professioneel communiceren binnen een creatieve opleiding en later binnen het werkveld. Je gaat oefenen met feedback geven en ontvangen, het stellen van goede vragen, het schrijven van e-mails en reflecteren op jouw eigen werk.
Aan het einde van deze week kun je:
• Voorbeelden herkennen van professionele en minder professionele communicatie.
• Constructieve feedback geven en ontvangen.
• Duidelijke vragen stellen om informatie te verkrijgen.
• De belangrijkste onderdelen van een professionele e-mail benoemen.
• Reflecteren op jouw eigen manier van communiceren.
Als vormgever werk je nooit alleen. Je communiceert met opdrachtgevers, collega's, docenten en medestudenten. Daarom is het belangrijk dat je weet hoe je professioneel communiceert.
In deze week ontdek je hoe je duidelijke vragen stelt, constructieve feedback geeft en ontvangt, professioneel e-mails schrijft en reflecteert op je eigen werk. Door middel van praktijkvoorbeelden, interactieve opdrachten, quizzen en samenwerkingsvormen leer je wat professionele communicatie inhoudt binnen het GLR en later binnen het creatieve werkveld.
Communicatie is meer dan praten. Het gaat ook over luisteren, vragen stellen, feedback geven en duidelijk maken wat je bedoelt.
Professionele communicatie betekent:
• Respectvol communiceren.
• Duidelijk communiceren.
• Actief luisteren.
• Openstaan voor feedback.
• Verantwoordelijkheid nemen voor wat je zegt en doet.
De theorie wordt gedurende de week aangeboden in kleine stukjes, gekoppeld aan de opdrachten.
Je gaat aan de slag in groepen van 10 studenten.
Iemand in de groep begint met het fluisteren van een zin in de oor van een student aan de rechterkant. Deze fluistert het door naar de volgende. Dit gaat zo door tot het bericht terugkomt naar de eerste student.
De eerste student moet het juiste bericht terug kunnen horen.
Je leert voorbeelden herkennen van professionele en minder professionele communicatie. Je gaat in groepjes reageren op herkenbare situaties.
Voorbeelden:
• Een docent geeft feedback waar je het niet mee eens bent.
• Een groepsgenoot reageert nooit op Teams.
• Je begrijpt een opdracht niet.
• Je bent te laat met inleveren.
Groepjes bespreken:
• Wat zou jij doen?
• Wat werkt wel/niet?
Je werkt voor deze opdracht in tweetallen. Samen gaan jullie oefenen met het stellen van de juiste vragen aan elkaar.
Zoek een afbeelding op via https://randompicturegenerator.com/
Student A kiest en beschrijft een afbeelding van de website. Student B tekent op een blaadje alleen op basis van de uitleg. Daarna vergelijken beide studenten elkaars werk en wissel je de rollen om.
Tijdens het nabespreken stel je elkaar deze vragen:
Welke informatie ontbrak?
Welke vragen hadden geholpen?
Je leert constructieve feedback geven en ontvangen.
Lesactiviteiten:
Leg kort uit wat goede feedback is. Toon vervolgens een aantal ontwerpen (posters, logo's, advertenties). Laat studenten in tweetallen oefenen:
• Niet handig: "Deze is saai."
• Wel handig: "Ik vind de tekst lastig leesbaar doordat de letters klein zijn."
Bespreek samen welke feedback bruikbaar is.
Feedback is het geven van terugkoppeling op gedrag of prestaties, met als doel de ander te laten leren en groeien. Goede feedback is constructief en specifiek. Effectieve feedback kun je het beste inrichten volgens bekende methodieken, zoals de 4G-methode:
Gedrag: Beschrijf objectief en specifiek wat je hebt gezien (geen meningen, vermijd 'altijd' of 'nooit').
Gevoel: Geef aan welk effect dit gedrag op jou heeft.
Gevolg: Benoem wat de concrete impact of het gevolg van het gedrag is.
Gewenst: Zeg duidelijk wat je in de toekomst van de ander verwacht of wat je liever ziet.
Lesdoel: Je leert duidelijke vragen stellen om informatie te verkrijgen.
Lesactiviteiten:
Studenten zitten bij elkaar in groepjes van 4. Elk student bedenkt een opdracht met een twist. Voorbeeld: een poster voor een schoenfestival voor op de drinkbekers. Studenten houden de informatie voor zichzelf en proberen erachter te komen welke opdrachten de andere studenten hebben. Voor elke student mogen de andere studenten in totaal 20 vragen stellen.